Agility (of behendigheid) is een dynamische hondensport waarbij een hond zo snel mogelijk en foutloos een parcours met ongeveer 20 hindernissen aflegt. In een voorgeschreven volgorde loodst de baas (de “handler”) de hond door het parcours met behulp van stemcommando’s en gebaren, zonder de hond of de hindernissen aan te raken.

Belangrijkste onderdelen
- Hindernissen: Het parcours bevat diverse obstakels zoals hoogtesprongen, tunnels, de slalom (paaltjes), breedtesprongen en zogenaamde “raakvlaktoestellen” zoals de A-schutting, de wip en de kattenloop.
- Samenwerking: Het draait om een hechte communicatie tussen mens en dier. De handler moet vooruitdenken en de hond op het juiste moment de juiste aanwijzingen geven.
- Types: Er zijn verschillende wedstrijdvormen, zoals het “vast parcours” (met alle toestellen) en de “jumping” (zonder raakvlaktoestellen) en het “spel” (hier van zijn diverse vormen zoals de gambling, tijd-fout-uit of snookers).
- Hoogtes: afhankelijk van hoe hoog de hond is spring de hond op 25, 30, 40, 50, of 60 cm hoogte
Waarom agility training? Ten eerste omdat het gewoon leuk is!! en daarnaast:
- Lichamelijke conditie: Het verbetert de wendbaarheid, kracht en snelheid van de hond en de baas.
- Mentale uitdaging: De hond moet zich sterk concentreren en razendsnel commando’s verwerken.
- Band versterken: De intensieve samenwerking zorgt voor een betere verstandhouding tussen baas en hond.
Wedstrijd Organisaties
In Nederland zijn er 2 organisaties voor de behendigheidssport, de Federatie Hondensport Nederland (FHN) en de Raad van Beheer.
Beide hebben 3 nivo’s. Je start in de laagste klasse en door middel van goede en foutloze resultaten tijdens gelopen wedstrijden kom je steeds een nivo hoger.


Ontstaan van behendigheid
In 1978 werd in Londen ter gelegenheid van Cruft’s dog show, een soort behendigheid-programma voor het eerst voor een publiek gebracht. Eén der medewerkers, John Varnely, moest een tussendoortje bedenken tijdens de pauzes van de keuringen. Het idee groeide om de honden iets vergelijkbaar met ‘jumping’ in de paardensport te laten doen. Onder impuls van Peter Lewis en John Gilbert groeide behendigheid snel. In 1980 werd een meer gevarieerd programma met wedstrijdvormen en reglementen gelanceerd.
